Select Page

De boerenstiel is hard labeur

De boerenstiel is hard labeur

Toen de ouderlijke boerderij De Meirhoeve van Ruth Aernouts vrij kwam, hebben haar man Sander Koolen en zij diep nagedacht. Sander kwam dan wel uit een landbouwersfamilie, maar zelf was hij een groenwerker en geen boer. Uiteindelijk heeft het jonge echtpaar de sprong gewaagd. Ze beseften wel dat een melkveebedrijf enkel toekomst heeft als het bedrijf zijn werking zou verdiepen. Met andere woorden, dat de melk zou worden verwerkt tot kaas, boter, yoghurt,…

De Meirhoeve levert aan de buurderijen in Deurne. En terwijl boer Sander de zuivelproducten aan de buren uitdeelt kan hij ook even praten met Gazet van Deurne. Want een koeienboer moet woekeren met de tijd.

GvD: Hoe moeten stadsmensen een melkboerderij voorstellen?

S.K.: “We hebben 80 melkkoeien en 50 kalfjes. Onze dieren krijgen natuurlijk eten: in de zomer staan ze op de wei en in de winter op stal. Dan krijgen ze eveneens gras dat werd ingekuild te eten. De enige supplementen die ze krijgen zijn krachtvoer en eiwitten. Dierenwelzijn staat bij ons hoog aangeschreven. Ik ken mijn koeien, de een al wat beter dan de andere. Een koe kan bij ons 15 jaar oud worden. Afname van de melkproductie is geen reden om een dier af te voeren.”

GvD: Hoe ben je van melkkoeienboer kaasmaker geworden?

S.K.: “Toen in 2014 de beslissing was gevallen om de boerderij over te nemen en er een kaasmakerij aan te verbinden, ben ik eerst nog cursussen gaan volgen. Ik ben naar Nederland getrokken waar ik zowel een cursus ‘kaasmaken’ als een cursus ‘zuivelverwerking’ heb doorlopen. En ik heb geleerd hoe K.I. uit te voeren bij mijn dieren. Twee jaar later zijn we dan begonnen met de productie van kaas. Datzelfde jaar kregen we al onmiddellijk een uppercut te verwerken toen dieven met heel onze voorraad kazen aan de haal gingen. 120 bollen van 15 kilo. Het werk van maanden was in een nacht te niet gedaan. Onder meer dankzij de hulp van de buren van de buurderij hebben wij deze zware tegenslag kunnen overwinnen.”

GvD: Hoe hard is het boerenleven?  

S.K.: “Nu verwerken wij 15% van de eigen melkproductie tot kaas en andere zuivelproducten. Dat vergt heel veel tijd. Ik begin ’s ochtends om 6 u. met het melken van de koeien. Dat duurt twee uren. ’s Avonds om 18 u. is er dan een tweede melkbeurt. Ik moet dan ook de dieren eten geven en de stallen onderhouden. En twee tot drie keer per week maken we kaas, boter yoghurt, … De zuivelproducten moeten we zelf wegbrengen. We participeren aan een aantal buurderijen. Het woord vakantie staat niet in onze woordenboek. Om de twee jaren zijn we een weekendje weg en in de zomervakantie nemen we af en toe een dagje om met de kinderen eens iets te doen.”

GvD: En wat is het belang van een buurderij voor jullie?

  1. K.: “Ik ben blij dat wij onze kaas, boter, yoghurt aan de buren van de buurderij kunnen aanbieden. Melk alleen is niet rendabel meer. Om je als boer te kunnen handhaven moet je aan de melk een meerwaarde geven.”

Buurderij Gitschotelhof en Buurderij Cinema Rix: www.boerenenburen.be en dan verder gaan naar de buurderij van je keuze.

Foto boven: Boer Sander op de buurderij

Foto onder: Boer Sander en boerin Ruth in de kaasmakerij

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *