Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: Herfst

Uit de nieuwskeuken van Seven: Herfst

Beste lezers,

 

Als ik op een zaterdagmorgen in de herfst in de gietende regen met verkleumde handen enkele citaten sta op te schrijven die vensterramen vullen, denk ik weleens dat ik evengoed -of beter- ook in mijn bed had kunnen liggen.

Als ik geen sentimentele schrijver was geweest.

Deze corona tijd doet me vaak denken aan het verstrijken van de seizoenen. De herfst maakt me altijd een beetje weemoedig. En misschien wel daarom is het één van mijn favoriete seizoenen. De vallende, gekleurde bladeren, het vroege invallen van de schemer, de kaarsjes aan, een warme trui. Thuis zijn met een kopje koffie.

De regen wordt door de wind tegen de ruiten geslagen en spat uiteen in nog meer druppels. Menig boom staat heen en weer te zwiepen op het felle ritme van de herfst. Een eenzame fietser die zonder regenpak op weg is naar zijn werk denkt aan de zomer..

Ja, je kan wel zeggen dat de herfst in ’t land is.

Langzaam hebben we de kleuren zien veranderen en de eerste bladeren over de straat zien dwarrelen. Sommige zijn al volledig geel terwijl andere nog voor meer dan de helft groen zijn. Nog heel even en ook de dieprode en oranje kleuren zullen zichtbaar worden. En eigenlijk zaten deze kleuren al het hele jaar te wachten tot ze zichtbaar zouden worden.

Wandelend door het park zien mijn muze en ik hoe blaadjes in grote getale hun weg naar de aarde vinden en worden bedekt met glinsterende druppels want ook de regen blijft maar miezeren. 

Stilzwijgend stappen we hand in hand en neuriën het lied -Rain in May’ met de tekst -feeling down when the autumn has come, stormy days and the leafs keep on falling-.

Eenmaal terug thuis, samen op de zetel met een tas koffie moeten we eensklaps denken aan de komende kerstdagen. Spontaan -en telepathisch gelijk- beginnen we “Last Christmas” te zingen.

Het lijkt ons wat ongepast nu we nog voorbij Allerheiligen moeten.

Terwijl onze handelen verstrengelen vertel ik haar dat wandelen fijn is en het mij (als ik dan alleen het park intrek) even uit de tijd brengt en in de eeuwigheid. Ik wandel niet meer, maar het wandelt in mij. Ik denk niet meer, er wordt tegen mij gedacht en gepraat. Alsof ik ergens anders ben. Dan kan het gebeuren dat mijn vader en moeder tegen me praten, me een hart onder de riem steken en me moed inspreken. Ik vertel wat jij voor mij betekent. Als ik wandel ben ik even bij hen in de eeuwigheid en bestaat er ook anderhalf uur geen lockdown meer.

Mijn vader en moeder zijn me zo dierbaar en worden tijdens zo’n wandeling ten diepste verbonden met mijn ziel. Dat is zielsverbondenheid. Die reikt verder, dieper en hoger dan welk virus ook.

Maar zo’n wandeling brengt ook verbondenheid met mensen die nog leven. 

Soms stopt er iemand, zoals een oudere vrouw die me meeneemt naar de vijverrand. Daar wijst ze naar een prachtige rode paddenstoel. En zoals de voormalige herbergier uit een dorp verderop. Zijn vrouw is kort geleden overleden. Hij stapt van de fiets om te vertellen dat hij iedere zaterdagmiddag een kaarsje doet branden bij zijn vrouw.

Ik ben ontroerd: als je wandelt ben je ondanks de -nog best aangehouden- anderhalve meter verbonden met je naasten, de doden en levenden, de zielen die je dierbaar zijn.

Ik merk hoe mijn muze haar licht vochtige ogen de mijne zoeken.

Ware liefde verbindt zich door een verhaal over ’t park en de mensen die ik er ontmoette.

 

Graag tot meer lees volgende week.

Groeten, Seven.

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *