Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: Oekraïne

Uit de nieuwskeuken van Seven: Oekraïne

Beste lezers,

Herinneren jullie zich de nacht van 23 op 24 februari? Neen? Ik eigenlijk ook niet.

Wat ik me wel herinner: de ochtend van 24 februari waarop het nieuws van de Russische aanval op Oekraïne me bereikte.

Ik nipte (zoals dagelijks) aan mijn eerste tas koffie en zag de eerste beelden binnenkomen in een extra journaal op televisie.

Op mijn schrijftafel het nieuwste boek van Krzysztof Zanussi. Misschien niet dé bekendste schrijver maar de Poolse filmmaker heeft al verschillende boeken op zijn palmares. Net als zijn films geven ze blijk van een diep katholiek geloof en een filosofische geest.

De titel van zijn jongste boek is eigenlijk een vreemde vraag: “Is het waard om voor je smartphone te sterven?”

In die vraag en in Zanussi’s boek zie ik een verband met de oorlog in Oekraïne.

Het boek handelt over de plaats die luxe inneemt in een goed leven. De diagnose die hij van onze wereld stelt, is niet nieuw. We zijn té genotzuchtig. Onze levens draaien te veel om genot en plezier.

Het is een schijnbaar onzinnige vraag: niemand zou toch de martelaarsdood willen sterven voor zijn smartphone? 

Voor vlag en vaderland misschien, maar toch niet voor onze smartphone?

Zanussi stelt dat we té afhankelijk zijn geworden bij comfort en luxe. We willen er misschien niet voor sterven, maar we zouden ook niet zonder (kunnen) willen leven.

En zo bracht een titel van een boek mij bij de oorlog in Oekraïne.

Net op het moment van het officieuze, heel misschien zelf het definitieve einde van de covid-pandemie mensen mondmasker-vrij-blij maakt.

Anno 2022 lijkt het wel of de wereld na een gezondheidscrisis naadloos overgaat in een -van ongeziene omvang- militair conflict en wij ons constant moeten bewust zijn van een rollercoastersequentie van Bijbelse plagen.

De gas-en elektriciteitsfacturen ontploffen, ’t spaargeld smelt weg als sneeuw voor de zon terwijl een aanzwellende vluchtelingenstroom door Europa spoelt.

Geen rust na corona.

Sommige beelden blijven door mijn hoofd spoken en branden me vooruit. Opnieuw.

Zoals de strijd rond de kerncentrale van Zaporozhye. Neen, een kernreactor hoort niet en nooit thuis op een slagveld. Maar dat zal hun worst wezen, Poetin en zijn haviken.

Zoals het beeld van Anastasia. Ze loopt naar haar mama en zusje toe. In een gammel koffertje wat kleren, medicijnen en foto’s. Die foto’s lijken nu haar kostbaarste bezit te zijn. In tranen vertelt ze hoe blij ze er mee is, in het besef dat ze de mensen op de foto’s misschien nooit meer zal zien. Papa en oma.

Terwijl op sociale media Oekraïne aan het winnen is, de vraag naar de Oekraïnse vlag toeneemt, beseffen we dat we na de virusbestrijding in het oorlogskabinet zijn binnengewandeld. 

Onzekerheid legt menselijke klemtonen, straffe woorden rollen af en aan, en wat als we er straks achterkomen dat de virologen de bal minder missloegen dan de Kremlin-watchers?

Jodiumpillen worden massaal in huis gehaald. In Peking staat de Oekraïense ploeg op de Paralympische Spelen. Vier dagen zijn ze onderweg geweest, raketten ontwijkend en soms slapend op een vloer met één vraag op hun lippen: 

“Waarom houden ze de dood die uit de lucht valt en ons land kapot maakt niet tegen?”

Ik heb er geen antwoord op.

Graag tot meer lees volgende week.

Groeten, Seven.

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *