Select Page

Bijna honderdjarige natuurvoorvechter wordt persoon van het jaar in Deurne

Bijna honderdjarige natuurvoorvechter wordt persoon van het jaar in Deurne

In Deurne wonen heel veel mensen die zich inzetten voor een betere samenleving. Ze verdienen allemaal om hier met de nodige lof te worden vermeld. Maar een persoon trok dit jaar onze bijzondere aandacht: Juul Slembrouck, een 98-jarige man met een ontoombare inzet voor de natuur in het algemeen en het Boekenbergpark in het bijzonder.

Juul Slembrouck heeft het voorbije jaar regelmatig Gazet van Deurne over Boekenbergpark gecontacteerd. Als de groendienst Spaanse hyacinten aanplantte of een verdwenen paaltje de gietijzeren brug bedreigde of een stervende eik een risico voor het ondergrondse grottencomplex inhield,… kroop de man in de pen. En hij gaf actiegroep ‘Het juiste spoor’ advies over de eikenbomen op de Boekenberglei. Maar een van zijn schrijven was toch wel opmerkelijk. Juul Slembrouck kapittelde het stads- en districtsbestuur omwille van het project ‘Babbelbos’ in het Boekenbergpark. Cartoonist Zaza had een aantal bomen met (biologisch afbreekbare) verf bewerkt en hen een mond of ogen of gelakte nagels gegeven. Dat vond Slembrouck niet kunnen. En dat vonden wij een gedurfd standpunt dat tegen de stroom van hoeraberichten inging.

Als je voor het huis staat van Juul Slembrouck is het eerste wat opvalt de ‘Groene Dwarsligger’ van actiecomité ‘Red de Voorkempen’ voor het raam. De man kreeg deze onderscheiding in 2010 omdat “dwarsliggers nodig zijn om er de sporen naar de toekomst op te leggen”. Een betere introductie is er niet.

GvD: Waar iedereen het project Babbelbos een leuk initiatief vond, was jij wellicht de enige mens die opmerkingen maakte.

Juul Slembrouck: “Domein Boekenberg is een beschermd monument. Daar moet je respectvol mee omgaan. Dan gaat je niet zomaar op bomen schilderen. Bovendien doe je op deze manier niet aan natuureducatie want je maakt van het groendomein een pretpark. Mensen komen met hun kinderen kijken en zien enkel de tekeningen. De boom zelf blijft voor hen een onbekend voorwerp. En mensen krijgen daarom niet meer respect voor een park, zie maar naar de talrijke schijnpaadjes die ontstaan. Het is misschien een ziekte van deze tijd dat mensen steeds weer moeten worden geanimeerd.” De man kijkt even somber en vraagt dan hardop: “Wat heb ik nu bereikt in al die jaren”?

GvD: Samen met jouw kompaan, wijlen Piet Gillard, lig je aan de bescherming van domein Boekenberg. Het park is wellicht het mooiste van de stadsparken. Dat moet je toch wel een tevreden gevoel geven?

Juul Slembrouck: “Toen wij ons begonnen in te zetten voor Boekenberg werd er door het toenmalig gemeentebestuur roofbouw gepleegd op het park. Bomen werden omgehakt voor hout voor de schepenen en de vijver werd gebruikt als een privé-visvijver. We kregen ruimte voor een aantal ingrepen zoals het laten groeien van bodembedekkers en struikgewas of het laten liggen van dood hout, wat toentertijd ongehoord was. En we hadden een leeuwenaandeel in het tot stand komen van het beheerplan. En dan is het fout gelopen. Een UA professor die in de Unitaslaan woonde, vond het park met bladeren en dood hout een vuile boel en organiseerde protest. Hij werd door de toenmalige schepen voor groen gehoord en het pas opgerichte beheercomité werd geschrapt. Het beheerplan ligt sindsdien op een of ander bureau stof te vergaren. O ja, er gebeuren wel infrastructuuringrepen maar de botanische aspecten van het plan worden niet uitgevoerd.”

GvD: Maar het park oogt als een boskern. Wat loopt er dan verkeerd?

Juul Slembrouck: “Er is een ontstellend gebrek aan kennis bij de groendienst van de stad Antwerpen. Het lijkt er wel op dat de groendienst de plek is om mensen onder te brengen die moeilijk elders aan de slag kunnen. Waardoor je groenwerkers krijgt die de structuur van een bos niet kennen en geen kennis hebben van planten. Het voorbije jaar werden Spaanse hyacinten in plaats van boshyacinten aangeplant, exoten die op de zwarte lijst staan van de plantentuin in Meise. Er wordt niets gedaan aan het woekeren van planten zoals schijnaardbei of robinia (valse acacia). Er is honderdjarige klimop gekapt terwijl deze plant noodzakelijk is voor insecten en kleine vogeltjes. Dat was dan zogezegd om de dragende bomen te beschermen. En wat is de visie op de steeds droogvallende vijver waaruit ondertussen de zwanenmossels zijn verdwenen.” De man denkt even na en voegt er dan aan toe: “Er is nog iets belangrijks te vertellen. Het domein Boekenberg is al eeuwenoud. Hier was vroeger eiken-haagbeukenbos. De bodem is bijgevolg ook al honderden jaren oud. Als de grond zou worden losgemaakt, helpt dat opdat de oorspronkelijke begroeiing zou terugkomen.”

GvD. Hoe moet het volgens jou dan verder?

Juul Slembrouck: “Ik zou heel graag met enkele verantwoordelijken van de groendienst eens van gedachten willen wisselen. Mensen die uiteraard een botanische kennis hebben waaraan ik mijn visie zou kunnen  toelichten.”

 

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *