Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven – Januari

Uit de nieuwskeuken van Seven – Januari

Beste lezers,

In een grijze nacht heeft de maan tussen kleine sterretjes staan mediteren. Lagen wind, golvend in vlagen rekt en trekt vastberaden aan het wolkendek.

Het is bijna ochtend als zijn wilde adem – in randen en rafels- zwaait en zwiept tegen vensterramen.

Januari-dagen nat, die zich langzaam een weg banen naar méér licht en nieuw leven.

Mijmerend denk ik  hoe een vriendelijk woord géén geld kost maar voor eenzame mensen goud waard

is.

Televisiebeelden spoelen binnen, de vrede op planeet Aarde is verder weg dan ooit. Dichter bij huis, aan een bosrand staat winterbeek aan de rand van haar vermogen.

Verzadigd ziet ze hoe gehaaste forenzen watergladheid verschalken.

Op het erf van boer Nest huilt hond Bas in de richting van het gekerfde maangezicht. Het lijkt een soort medeleven, betuigt als een eenzame wolf die troostend samenspraak voelt. Verder weg -voorbij het Venetië van het Noorden- moet de zee vandaag zich ook onderwerpen aan de kuren van de wind.

Doffers, land van kaas en een zomer.

Vanop de bedrand van januari rolt mijn muze haar gedachten in een stille woordenstroom uit. Het is stil in de kamer.

In een kleine dichtbundel leest ze hoe Lenaerts vertelt iedere dag te lezen is als een boek met open raam op een brede liefdevolle wereld. Buiten beginnen katten hun liefdesfeest te zingen met een door merg en been gaande klaagzang.

Op de dakrand koeren doffers droef in de regen. Barcelona, Quiévrain, Noyon, Arras. Hoe ver moet je vliegen om te ontkomen? De ochtend is een rover en in zijn eigen wereld maakt hij buit wanneer en als het kan.

De werkelijkheid drukt de nieuwe morgen zacht de hand.

In mijn wereldstad loop ik door een stil verhaal, zoek en wik mijn woorden en vorm letters tot zinnen.

In de zekere beperking van mijn dwalen spiegelt zich de horizon van verlangen.

In de nauwe fluistergang van gedachten worden ergens slaapoogjes wakker en voel ik hoe tedere vingers over wenkbrauwen glijden. Met een soort muzikale precisie strijken ze littekens glad terwijl het portaal van deelzaamheid innige beloftes inkadert.

Flanellen lakens -vers gelegd-, rust op een gezicht waarin ik mij graag verstop.

Langsheen kleine rondingen parelen nog nachtzweetdruppels als de vlam van adoratie heviger gaat branden. Papieren vingers trillen als het ware liefdesverhaal zich weerspiegelt in het eerste ochtendlicht.

Dagen en afstand zijn tergend langzaam weg gestorven, de contouren van denkwerelden duidelijker geworden.

Vandaag is er méér dan een beeltenis in de euforie van een nieuwe dag.

Januari, februari dan maart als bij avondval – in het land van kaas en nou- de koningin van mijn gedachten zachtjes de ogen sluit, lippen zoentjes laten vormen en ware liefde met innige tederheid een nieuwe bladzijde zal schrijven. Later zullen we stokoud en samen het boek lezen. Het boek van ware liefde. Het boek zonder einde. Het boek Z/E.

In mijn gedachten wandelt de lente al.

Vogels, vlinders en vee in de verte. Gespring over dampende sloten alsof ik zo een dankdag breng aan het gewas. En dan moet de zomer nog komen. Ik nip aan mijn achtste kop koffie, voel aan hoe scherp de stilte dwaalt in mijn hoofd.

Uit de letterbak komt gekrijs alsof het schreeuwen zijn in een tunnel waar ik doorheen moet. Zomers, het zijn een soort cookies die nooit verdwijnen.

“De rosse” begrijpt het niet en kijkt me vragend aan.

Zomers, van de eerste plannen tot de eenzaamheid en het gemis dat leeg blijft. Het zal wel de verbinding zijn, de textuur van de jaarlijkse moeilijke dagen en slechte animatie die paradeert. Een zomer, het programma dat je kiest, is hoe je lay-out eruit ziet. Ik probeer, duw op de reset knop, maar in de realiteit zit die niet op mijn toetsenbord.

Aan “de rosse” vertel ik dat ware liefde alles is wat je nodig hebt, maar zo nu en dan wat chocolade géén kwaad kan. Zij begrijpt het niet, mijn muze dat laatste wel.

In het boek -van en vol (of omgekeerd)- herinneringen laat ik twee verliefden wandelen in een gezellige binnenstad waar ze genieten ze van een ontbijtje.

Samen zijn vinden ze heerlijk.

Ze noemt mij soms een “echte beer”. Ze moet lachen als ik dan vraag of het een ijsbeer mag zijn. Haar oogjes schitteren als ik zeg : “die kan tegen de kou”, waarmee ik eigenlijk zeg : “ik kan niet zonder jou”.

Voor mij is ze net dat stukje Bounty, mijn eigen paradijs op aarde. Samen vormen we net twee sneeuwvlokjes, voor elkaar gevallen en gesmolten.

Daar samen laten we door de mistige regendag heen de zon weer schijnen. Soms raak ik even zacht haar hand aan. Vertederend delen we de ontbijtbroodjes en laten onze ware liefde in stilte gevangen worden bij de geurende koffie.

Mooie momenten, blijvende herinneringen.

De doffers zijn verdwenen, het land van kaas wacht terwijl de zomer zich opmaakt voor nieuw leven. Het is weekend, morgen is het zondag.

En volgende week is er op zaterdag een nieuwe column. Tot dan graag.

Januarigroet,

Seven.

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *