Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: Herfst

Uit de nieuwskeuken van Seven: Herfst

Beste lezers,

 

De herfst is zo langzamerhand een feit. Mijn muze en ikzelf vinden het heerlijk, genieten van de mooie kleuren die de natuur ons schenkt en weg te dromen bij de binnenkamerse warmte.

Het groene gras is niet meer zo sappig, weilanden liggen er nat bij en paarden hebben al een winterhuid aangemaakt. Bij een eerste tas koffie vertel ik haar hoe ik in feite ook wel eens een paard zou willen zijn. Ze glimlacht. Bij mezelf zie ik mij wel zo een warme winterhuid ‘aan doen’ en regen vermengd met koude trotseren.

Op één voorwaarde : dat mijn muze mijn persoonlijke paardenfluisteraarster blijft. Dan wegdoezelen in een rustige trance en denken in menselijke cliché’s. “Geniet van het moment. Het is zoals het is. Love my life.”

Eigenlijk dingen waar mensen erg goed in zijn : wc-tegeltjes-wijsheden en quotes.

Maar in klagen ook. Vooral over het weer.

Paarden doen dat nooit. ‘Het is zoals het is’…

Geef toe, paarden zijn intelligentere wezens dan veel mensen denken, wij kunnen nog van ze leren.

Koude handen om een tas warme chocomelk, ogen die spreken zonder woorden en onze liefde vlammend bij kaarslicht. Geen seizoen, zo troostend als de herfst. Toch schijnen mensen massaal depressief te worden in de herfst want het donkert vroeger en de geur van versterf hangt in de lucht.  Alles verdwijnt, alles sterft.

Ja, dat is waar en is het niet heerlijk, dat de natuur daar zonder te zeuren aan meedoet?

Alles is eindig, gelukkig wel ja, maar alles gaat ook door.

Elke struik, elke boom heeft alweer de belofte van nieuw leven in zich.

Weet je wat mij enig lijkt?

’s Nachts door een nat bos wandelen. Bomen tellen. Ach, die bomen. Die donkere kletsnatte donkere glanzende boomstammen.

Als een paardenhuid. Je zou ze willen omhelzen, die stammen en ze een dekentje omslaan. En dan weer lekker naar huis. Deuren dicht, haardje aan.

Ik schenk dan een gloeiend heet kopje kaneelthee in, compleet met een Bastognekoek terwijl de regen en de wind keihard tegen respectievelijk het raam en het dak kletteren.

We doen samen lange middagen met thee, dat is het enige juiste medicijn voor rust. Met koekjes. En chocolade.

Nog langere avonden waarbij ik jou laat lachen in een dikke trui. Jou langzaam aangroeiende vetrolletjes op je buik zien we pas terug  in maart als het kerstdiner inmiddels ver achter ons ligt en de lente bijna is begonnen.

De herfst is het ultieme seizoen van bij elkaar kruipen op de bank en na een zomer – vol virus-, weer even terugkeren naar de basis: niets. Of in ieder geval minder.

Hij is weer voorbij die mooie zomer zeggen ze dan. Nu ja, zo enorm mooi of bijzonder was ie dit jaar sowieso niet.

Herfst. Volgens sommigen ben ik een soort kastanje: hard en prikkelig van buiten en dan weer shiny van de binnenkant. Als een soort Knabbel of Babbel in mijn warme boompje. Met veel spinnen. En eikels. En dorre bladeren. Ach, mij maakt het weinig uit.

“Laarzen aan, kom wij gaan”. Mijn muze en ik, samen het bos in. Het is herfst.

Straks -bij terugkomst- kus ik haar rood aangelopen wangen, zet thee en vertel ik haar, dat mijn liefde voor haar onvoorwaardelijk is.

 

Graag tot meer lees volgende week.

Genegen groeten, Seven. 

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *