Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: begrafenis

Uit de nieuwskeuken van Seven: begrafenis

Beste lezers,

Ik heb er geen idee van wat het jaar 2020 tot nu toe met u deed, maar bij mij heeft het alvast (nu reeds, want we hebben nog drie maanden te gaan) een diepe wrange nasmaak nagelaten. Het coronavirus dompelde veel families in rouw.

Treuren om verlies is nooit makkelijk.

Terwijl ik nip aan een eerste tas koffie denk ik hoe hopeloos mijn muze is op begrafenissen en crematies. Het heeft een soort intieme lieflijkheid als ik merk hoe zodra de eerste, vaak ook nog valse, tonen van het orgel beginnen te spelen, zie hoe haar ogen al mistig worden. Daarbij maakt het weinig uit in welke relatie zij tot de onfortuinlijke overledene staat.

Het gebeurt overal. Of het nu is bij de mis voor de buurman, de ex-man van een collega of een kennis is, zij slaagt er nooit in het droog te houden.

Waarschijnlijk heeft ze gewoon te veel empathie in haar lijf. Misschien is zij wel hooggevoelig en pikt ze daarom moeiteloos de trieste vibes van de aanwezigen op. Eigenlijk is het voor haar  een  zaak om zo lang mogelijk te voorkomen dat ze verandert in de wereldse versie van de wenende madonna. Want het is -denk ik- voor de rest van de genodigden een raar gezicht als er ergens in een van de laatste bankjes een blonde mevrouw, die ze wellicht niet eens kennen, opzichtig zit te janken. Ik ken haar en weet dat zij zich dan vreselijk opgelaten voelt, met van die rode oogjes, uitgelopen mascara en zo’n fijne loopneus.

Soms lijkt het mij dat het  vooral gênant is voor de echte nabestaanden. Vooral als ik merk dat zij meer en harder blijkt te huilen dan zij.  Aan het schuifelen op de stoel merk ik dat ze dan afleiding zoekt. Wat toegegeven, best moeilijk is in de gemiddelde kerk of zaal van een crematorium. Al te veel opvrolijkende plaatjes kom je daar immers niet tegen. Jezus, die met gepijnigde blik aan het kruis hangt? Mwah, niet echt. De immer serieus kijkende Maria? Die veel te mollige engelen? Euh, nee, daar is eigenlijk niemand mee gebaat.

De teksten die in de gemiddelde mis worden voorgedragen helpen ook al niet mee. Het gaat over sterven en verrijzenis, tot stof wederkeren en meegaan op een lichtend pad (bij het laatste denk ik trouwens eerder aan een Latijns-Amerikaanse afscheidingsbeweging). Bepaald geen luchtige kost. En wat te denken van al die rituelen? De pastoor is zo druk doende met vingervlug allerlei doeken op, over of in diverse voorwerpen te leggen en weer weg te trekken, dat ik af en toe het idee heb dat ik naar een voorstelling van een aan lager wal geraakte artiest aan het kijken ben. En dat is, heel even maar, best grappig.

Terwijl mijn muze het vierde papieren zakdoekje discreet wegmoffelt en de trieste stemming niet al erg genoeg is, word ik ook nog misselijk van die weeïge wierookgeur.

Als ik de pastoor enthousiast zie zwaaien met die grote, onwelriekende dampen loslatende bol (heeft niemand zich ooit afgevraagd of die eigenlijk niet schadelijk zijn?), krijg ik de acute neiging om mijn adem in te houden. Of toch op zijn minst mijn handen om me heen te laten wapperen in een mislukte poging die vieze geur van me af te slaan.

En dan heb ik het nog niet over die in- en indroevige muziek.

Ken uw klassiekers!

Nee, niet “Waarheen, Waarvoor?” van Mieke Telkamp, maar wel het Ave Maria (prachtig), Air van Bach (ontroerend) of -een stuk moderner- “Time to say goodbye” (in de originele Italiaanse versie: “Con te partiró”) van Andrea Bocelli.

Daarom probeer ik meestal krampachtig aan iets leuks te denken.

Nee, liefst nog iets hi-la-risch.

Maar alles wat buiten de kerkmuren of ruimte van het crematorium nog zo grappig leek, sterft binnen een snelle en pijnloze dood (bewuste woordspeling).

Op dat moment zit ook ik mij in mijn harde kerkbankje of op mijn oncomfortabele stoeltje letterlijk te verbijten en wel op mijn onderlip. Het wordt langzaam aan nijpend als ik anderen hoor snuiven, huilen of snotteren.

Ja, zelfs als ik iemand zoals mijn muze haar ogen zie deppen met een zakdoekje (weet ik niet meer hoeveel) is het mis. Ronduit echt dramatisch wordt het als er jonge kinderen zijn die iets moeten doen of zeggen tijdens zo’n ceremonie.

De enkele aanblik van (klein)kinderen die bijvoorbeeld een kaarsje aansteken of een roos op de kist leggen is genoeg om de sluizen pas echt wijd open te zetten.

Ik hamster een pakje zakdoekjes bij mijn muze en om mijn dikke huilogen minder te laten opvallen ga ik -à la The Jackson family- dus standaard ineen stemmige outfit en gewapend met een grote, liefst zo donker mogelijke, zonnebril naar dit soort diensten.

Want als ik jank, jank ik het liefst glamoureus.

 

Graag tot meer lees volgende week.

Groeten, Seven.

 

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *