Select Page

Op bezoek in het asielcentrum van Deurne

Op bezoek in het asielcentrum van Deurne

Het asielcentrum in Deurne grenst aan de parking van Colruyt Deurne-Zuid en ligt verscholen achter een anonieme toegangspoort aan de Ergo-de Waellaan. Beide feiten waren me onbekend, maar sinds vorig jaar op 20 juni – wereldvluchtelingendag van het UNHCR – is het tijdelijke asielcentrum dat Fedasil heeft geopend om bijkomende opvangcapaciteit te creëren er een feit.

Het asielcentrum werd opgericht onder hoede van de grotere zus in Kapellen. Bij de start telde het centrum 120 bewoners, intussen zijn dat er 151 van de 162 beschikbare plaatsen. Het merendeel van hen zijn kinderen (80 min-17-jarigen), waarvan 9 baby’s. Vijf van deze kleintjes werden in Deurne zelf geboren. Aangezien er voorheen een rusthuis gevestigd was in deze gebouwen, vangt Fedasil hier voornamelijk gezinnen op en mensen die medische hulp nodig hebben. Zo kan meneer Rajindar Sigh hier met zijn rolstoel overal vlot geraken.

De Corona-cijfers voor de wereld enerzijds en voor België anderzijds stonden naast elkaar te lezen in de inkomhal, als had Marc Van Ranst ze er zelf komen opschrijven. Het wassen van de handen en dragen van een mondmasker zijn ook hier bij binnenkomst verplicht, ook voor de bewoners. Het eten in de refter, het volgen van de Nederlandse les, kortom alle activiteiten die meer dan 10 personen samenbrengen zijn nog steeds opgeschort. De bezigheden voor de bewoners vallen bijgevolg erg terug. Ondanks het feit dat er geen WIFI-verbinding met het wereldwijde web op de kamers is, hebben de bewoners zich er zeker tijdens de lockdown goed doorgeslagen vinden de medewerkers van de sociale dienst. Al was het niet voor de hand liggend om het schoolwerk voor alle kinderen (online) gedaan te krijgen. Mede dankzij de inzet van de leerkrachten is ook dit tot een goed einde gebracht.

Vier bewonersvergaderingen zijn integraal gewijd aan de maatregelen in de strijd tegen het Covid-19 virus. Deze bewonersvergaderingen zijn een overlegplatform waarbij elke groep van bewoners vertegenwoordigd is. Op deze vergaderingen wordt in Corona-vrije tijden met hulp van tolken gepraat over de dagdagelijkse besognes, zoals over lawaai en het eten, en kunnen de bewoners suggesties doen.

Op de voorbije vergadering zijn de verscherpte maatregelen tegen Corona besproken, waaronder het afhouden van zakgeld als deze niet nageleefd worden. Op de bankkaart die de bewoners ter beschikking krijgen voor de periode dat ze in het centrum wonen wordt wekelijks immers 7,90 EUR voor  een volwassene en 4,70 EUR voor een kind opgeladen. Dit zakgeld kunnen bewoners aanvullen door het uitvoeren van allerhande klussen zoals poetsen en werken in de tuin, 1,90 EUR per uitgevoerde klus. Het centrum heeft immers geen personeel dat komt poetsen Naast het zakgeld krijgen de bewoners maandelijks een aantal punten toegewezen waarmee ze in het economaat luiers, tandpasta, bestek, enz. kunnen aankopen. In de vestiaire kunnen ze er eveneens kleren en schoenen mee aanschaffen. De via ’t Vliegerke ingezamelde kledij komt dus in deze vestiaire te hangen. Voor schoolspullen voor de kinderen, en voor lakens en dekens moeten euro’s noch punten neergeteld worden.

De kleurrijke mondmaskers die de medewerkers van het centrum dragen, zijn gemaakt door een Palestijnse kleermaker die zeer opgetogen was zijn vaardigheden te kunnen aanspreken en zo zijn steentje bij te dragen. De fraaie muurschildering in de bibliotheek is dan weer van de hand van een Iraanse bewoonster. De dagelijkse routine voor de volwassen bewoners is eerder beperkt tot het brengen en halen van de kinderen naar/van school en het deelnemen aan de Nederlandse les. Verder is het breien bij de vrouwen zeer populair.

Hoewel werken buiten de muren van het centrum niet echt aan de orde is, wil Fedasil er voor zorgen dat de bewoners bekend geraken met de arbeidsmarkt in Vlaanderen. Hiervoor wordt de hulp van VDAB ingeroepen. De kinderen hebben allemaal een plaatsje gevonden op één van – intussen – 14 scholen. Tijdens de vakantieperiode is er animatie voorzien met extra aandacht voor het oefenen van het Nederlands. Voor de medewerkers van de sociale dienst zit de arbeidsvreugde vooral in de kleine dingen: de kinderen en volwassenen die enthousiast net geleerde Nederlandse woorden in de mond nemen, de blinde bewoner die in de tuin zijn ochtendgymnastiek doet, het koor dat iedereen aanzette om mee te zingen op het nieuwjaarsfeest. De hoop leeft bij de bewoners en de begeleiders dat het open asielcentrum opnieuw ten volle open kan zijn in de nabije toekomst. Zo kijken ze alvast uit naar een volgend buurtfeest en het feest van Gastvrij Antwerpen op de Bosuil op … wereldvluchtelingendag.

Thomas Vanhees

In samenwerking met buurblad ‘t Vliegerke

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *