Select Page

Vergissing leidt tot verheldering

Vergissing leidt tot verheldering

(Longread)

Juul Slembrouck heeft op deze nieuwsblog het artikel ‘Ecologische zwemvijver is een veredelde betonnen kuip’ van 11 juni ll. ook gelezen. Hij is daarop zelf in de pen gekropen en heeft een overzicht gemaakt van het ‘zwemwater’ in Boekenbergpark. Van ‘vermoedelijke spiegelvijver’ tot ‘natuurlijk zwembad’. Omdat Juul Slembrouck, samen met zijn kompaan wijlen Piet Gillard, aan het behoud van Boekenberg als mooiste van alle stadsparken ligt, nemen we het artikel hier integraal over. De titel is een knipoog naar een foutje in het artikel waarop hij reageert.

 

Domein Boekenberg (beschermd landschap 23,1,1974) en zijn water  – Vergissing leidt tot verheldering

Op oude plannen van het domein ziet men een vijvertje ten zuiden van het kasteel.  Of het als spiegelvijver bedoeld was, lijkt mij niet waarschijnlijk : te klein !

In die tijd liep de Luisbeek, komende van het vliegveld nog open doorheen het domein. 

Maar dat verandert in 1850  toen de kasteelgracht verbonden werd met een grote gegraven vijver en voorts aansloot op de eveneens gegraven serpentinevijver van formaat.  …

Tijdens de eerste contacten die wij (Piet Gillard en ikzelf) met het personeel van de Groendienst van Deurne hadden, werd onze aandacht gevraagd voor een klokpomp, die nabij de zuidelijkste punt van de serpentinevijver bij middel van opgepompt grondwater het vijverwater op een gewenst peil moest houden.  Piet had moeite om het personeel te overtuigen, dat heel die bedoening geen resultaat opleverde en hij deed dat ook schriftelijk met plan, tekening waarnemingentabellen  en cijfers.  Het duurde toch nog meer dan een jaar vóór Deurne inzag, dat Piet gelijk had en de klokpomp  verwijderd werd..

Het contact met ”water” was gelegd en werd uitgebreid naar de zwemgelegenheid.

In 1934 begon men een zwemgelegenheid nabij de Chinese pagode te graven, waarvan de diepte bepaald werd door het grondwater.  De  vorm van de gegraven vijverarm met zicht op het kasteel bleef  behouden.  De oever en  de bodem werd gebetonneerd, behalve het midden, waar een groot langwerpig open gat het contact met het grondwater verzekerde.

Het zwemwater werd gechloreerd.  Toen het gebruik van chloor (wettelijk) moest ophouden, werd het open gat gebetonneerd, maar de “naad” tussen het oude en het nieuwe beton bleek bewegend gechloreerd grondwater door te laten.

Men dekte toen heel de oppervlakte van oever tot oever af met aaneen gelijmde brede  ‘plastic’ stroken.   Die bleken evenwel niet (overal) aan het beton blijvend te kleven en een hoge grondwaterstand drukte af en toe  het de plastic-laag omhoog, waarbij ze (plaatselijk) “zweefde”, vooral tot genoegen van de kinderen.

Dit leidde tot het herzien van hele zwemgelegenheid : brug over het zwemwater, betonnen bodem, cabines, inkom en waar vandaan het zwemwater moest komen.

In de aanvraag tot bouwvergunning komt als voorbeeld de zwemvijver van het Franse Alpendorpje Combloux voor, waarvan toegevoegd een pak Franse publiciteit daaromtrent.   Er wordt een  voorlichtingsvergadering voor de bevolking gehouden (ca 175 aanwezigen). Met vertoning van  videobeelden van de zwemvijver van Combloux.  Er worden uit het publiek tal van vragen gesteld,, waardoor het wenselijk wordt geacht een tweede voorlichtingsvergadering te houden (weer ca 175 aanwezigen). Vragen uit het publiek over de kosten werden niet gesteld. Wel een vraag naar “wat met de herfstbladeren ?” Antwoord van de schepen Chantal Pauwels: “Wij zullen met alle middelen er voor zorgen dat er geen bladeren van de bomen van het park in de zwemkom vallen” (sic, jawel letterlijk !). Kort daarop verliet men de formule Combloux en stelde men de firma Axima  (“beheer  en onderhoud van technische installaties” en “Facilities Management”, inmiddels opgegaan in het bedrijf Cofedi ) aan als ontwerper, die de Duitse firma Gutschker-Dongus  (zetel in Obernheim, als uitvoerster van het hele project, dat de overtuigende naam “ecologische zwemvijver” kreeg. 

Een aantal overheidsinstellingen, Onroerend Erfgoed inbegrepen keurden het Duits ontwerp goed  Zelf vond ik het geheel onverenigbaar met het principe en het doel van een “beschermd landschap” en had even tevoren een gesprek daarover met Onroerend Erfgoed, Men zou goedkeuren, anders bleef men zitten met “die kanjer van het al tientallen jaren roestend waterfiltergebouw, dat men sinds lang als  een vloek in  het landschap ervoer”.  Mijn protest bij de Raad van State “strijdig met het statuut “beschermd landschap” werd  onontvankelijk verklaard want ikzelf zou geen hinder door het project ondervinden. 

Even terug !  Door het verbod op het gebruik van chloor  had men destijds gekozen voor oppompen van grondwater, dat men zou filteren om het gezond te houden .

Er werd grondwater van ca 25m. diep (en gebruikt zwemwater ?) door een filterinstallatie  gepompt.   Dit water zou Bfrcs 2;– per zwemgast goedkoper zijn, dan leidingwater (persartikel in mijn bezit) – diepte van het zwemwater tussen  zowat 1,80 en 2,5 meter .  Het filtergebouw bodem op ca 2,5 m. diep, hoogte ca 4 m., lengte ca 15 à 20 m  (cijfers uit het geheugen, niet bindend !) deels opgetrokken in glazen tegels.  Waterwinning op ca  30 m. van het gebouw….                                

(Terloops): Op dit deel van het domein komt een ooit aangeplant beukenbos voor met gesloten ondergroei van Rododendron. De in 1954 aanpalende, nog onbebouwde gronden, waren Rogge-akkers.  Ik plukte daar ooit (mijn eerste jaren plantenstudies)  ……………………………….(indicator van schrale gronden) ….en deel ervan werd in de 60-jaren met tonnen dierlijke mest ‘vruchtbaarder’ gemaakt en dicht met bomen beplant.  In 2020 heeft daar zich nog steeds geen kruidlaag ontwikkeld.  “Zuur” en “IJzer” samen komt meer voor … Bomen (bossen) houden niet van overbemeste bodems en ijzer wijst naar oorspronkelijk ‘zure’ grond  maar dat wist blijkbaar niemand….Ook de leverancier van de installatie niet ??? (einde Terloops)                 

Wat het zwemwaterdeel betreft:  De betonnen kuip werd dit keer “waterdicht” gemaakt en bedekt (gelijmd) met dikke brede lichtblauwe plastic stroken. Vervolgens eerst een laag “speciaal bodem-materiaal” (sic in pers en publiciteit) van ca 20/30 cm. arduinen steenslag, waarboven een laag van ca 1,75 m. kleine rivierkeitjes (zand noch grond).  Alles voorzien met leidingen van nabij de nieuwe brug in het waterzuiverend deel en ook naar een aantal permanente zuurstof-aanbrengende  paraplu-fonteintjes leidden.  Het waterpeil zelf staat ca 20 cm. boven de keitjeslaag  Het deel “zwemwater is dus ongeveer 1,80 tot 2,5 m. diep.    

Intussen werd in de aanvraag tot milieuvergunning medegedeeld, dat het zwemwater niet meer met chloor proper zou worden gehouden, maar door planten. De namen  van de tien verkozen planten werden alleen met hun wetenschappelijke naam (lijst  in mijn archief), hun kracht tot zuiver houden werd niet vermeld.

De eerste aanplant stierf prompt helemaal. Men gaf de schuld aan de aanwezigheid van de eenden van het park.  Men ging om raad en kreeg die ook (schriftelijk, kopie in mijn archief) : een net spannen !  (15 x 15 meter) ?   Een eend kreeg het klaar onder het net te zwemmen, maar in een poging er weer onderuit te komen verhing het dier zich in de mazen.  Vogelbescherming verwittigd.  Veertien dagen later werd de dode eend en het net weggehaald.

Een tweede aanplant en wel en wee van het Beschermd landschap (“met ‘ecologische zwemvijver”)

Van de tien vermelde plantensoorten werden er slechts vier aangeplant, waarvan één het drie jaar met enkele exemplaren volhield, twee ervan stierven prompt.  Eén vierde ervan (Moeraszegge) werd met honderden exemplaren aangeplant. Deze soort, bedekte in 2013 ongeveer. 50% ? 60 %?van de derde “bezinkings”-kuip.

In de plantenloze bezinkingsvakken en in het zwemwater  verschenen twee jaar na de ingebruikname massaal draadalgen. Ik kon er 26soorten diatomeeën in ontdekken (diatomeeën – voor zovèr ik weet – wijzen  op een goede kwaliteit van het water)

In 2017 verscheen de waterplant Aarvederkruid en veel “flap” in het waterzuiverend deel.

Eens werden de zwemmers geplaagd met “zwemmersjeuk”, die prompt werd bestreden door het uitzetten van de vissoort Goudwinde, die zich na korte tijd duizendvoudig vermenigvuldigde.  Is wel onder controle.

De twee “bezinkingsbekkens” en het zwemwater  werden éénmaal helemaal drooggelegd om de slijkvorming op bodem en betonnen  oevers (ecologisch ?) weg te schrobben.

In 2020 (juni) werd Riet en Moeraszegge (100% bezet)  gemaaid en maaisel afgevoerd door de Duitse firma Aquanatur (zetel ca 350 km. van Deurne)..  Wie wat betaalt weet ik niet.

Het beheer, inbegrepen planten in en rondom de zwemgelegenheid  wordt uitgeoefend door de Duitse firma Gutschker-Dongus, zetel niet ver van Aquanatur.   

– Er was geen contact met de Dienst Groenvoorziening.

– De firma Axima gaat op in de firma Cofedi en verdwijnt van het toneel.

 – In 2010  werd door iemand het hokje (ca 3 x3 m,. tussen de “chalet” en de vijveroever in brand gestoken. Restanten van documenten werden daar gevonden toebehorend aan vissers en onze beroemde  IJsberen. Twee al 15-17 m. hoge Zomereiken leden daardoor zware brandschade  Zij werden vijf jaar later in 2015 gekapt.

– Het officieel beheerplan (2006) van het beschermd landschap mocht het zwembadcomplex niet opnemen.

– In alle drukwerken van de Stad Antwerpen is er sprake van de zwemgelegenheid Boekenberg als een “ecologische zwemvijver”. In de lijst van deze soort vijvers ( zie Vlaamse Milieumaatschappij) komt Boekenberg echter niet voor, maar de stad Antwerpen houdt onterecht en krampachtig aan dit epitheton vast. Men weet niet wat “ecologisch” betekent.

-Geert De Blust blijkt contact te hebben gekregen met iemand van de “Groendienst”  Een onderhoud wordt in het vooruitzicht gesteld.  Thema’s : personeel, en  beheerplan.

-De laatste slijkruiming vond plaats in 1991, dus 29 jaar geleden.  De zwemgelegenheid werd éénmaal ontslijkt – datum niet genoteerd, maar toch  al zeker 7 jaar geleden. (valt onder het beheer van de firma Gutschker-Dongus)

-De laatste droge jaren toonden de zeer dikke slijkbodem aan.  Het vermoeden bestaat, dat  de eertijds bestaande populatie ZWANEMOSSEL er een negatieve invloed heeft van ondergaan, zoniet is verdwenen.

Summa summarum : het domein kreunt onder het ontbreken van enig gestructureerd beheer.

Laatst nog : de hoeveelheid verdamping, ooit  door Piet Gillard opgegeven, lijkt mij redelijk.  Ik heb  grote twijfels over het bestaan  van  een waterbeheer. Het aanbrengen van een “waterpeil” nabij de gietijzeren brug  enige jaren geleden is geen teken  van opvolging.  Het ontbreken van enig beheercomité over (zéér) veel aspecten is een schande voor een beschermd landschap.

Juul Slembrouck

22 augustus  2020

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *