Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: Oordelen

Uit de nieuwskeuken van Seven: Oordelen

Beste lezers,

Oordelen, een werkwoord. Eigenlijk te omschrijven als een (al dan niet correct) geformuleerde mening geven. Een soort persoonlijke beschouwing. Het woord speelde de afgelopen week bijna constant in mijn hoofd. De aanleiding hiertoe is eenvoudig. Afgelopen woensdag stapte ik lichtjes verkouden en met hoofdpijn het huis uit toen ik om de hoek een dakloze man zag staan foeteren tegen iemand die hem geen geld wou geven. Ik ken die dakloze man, hij loopt wel vaker foeterend door de buurt. Ik heb hem eens vijf euro gegeven. Hij herkende mij niet. Hij vroeg : ‘Bent u wel in een goeie bui?’, waarop ik zei: ‘Vandaag niet.’ ‘Waarom niet?’ repliceerde hij. Ik haalde mijn fiets van het slot en zei: ‘Omdat ik ziek ben.’ Ja, dat kan ik ook wel zeggen, vandaag niet, omdat ik dakloos ben.’ Ik fietste weg en hoorde de man nog roepen hoelang hij al bezig is om twee euro bij elkaar te scharrelen en dat alle mensen egoïsten zijn. Het deed me denken aan die keer dat ik hem vijf euro gaf en hij mij een goed mens noemde. Toch voel ik me nooit een goed mens als ik iemand vijf euro geef (meestal omdat ik niets kleiner bij me heb). Ik voel me dan een sukkel; omdat ik zo vaak word aangesproken, omdat ik geen nee kan zeggen, omdat ik medelijden heb. Maar als ik niets geef voel ik me een slecht mens. Dat is duidelijk een lose-lose-situatie. Terug thuis besloot ik ’s avonds nog een wandeling te maken. Ik kruiste een buurvrouw die haar hond uitliet, een beest dat altijd overal wil snuffelen en soms meer de baas over haar is dan zij over hem. Hij noemt Sorry. Ik heb geen hond, maar wat ik zeker weet -had ik er al één- dan had hij/zij wel een andere naam gehad. Plots zie ik Sorry ineens  midden op de stoep aan een vage vlek ruiken. Ik sla het tafereel gade en  zie dan pas dat ik de weg versper voor een oudere man met een stok die ons tegemoet is gekomen. Ik glimlach verontschuldigend. Dan zegt de man (ogenschijnlijk niet tegen mij maar tegen mijn buurvrouw): ‘You are a good person.’ Hij verklaart: ‘You let your dog read the news.’ Ver kom ik niet die avond, even tot aan het park waarbij ik op de terugweg denk : ‘je hebt maar een paar honderd meter en één voorbijganger nodig en je wordt gezien en beoordeeld. Ook gisterenavond dus, net zoals The Easybeats zongen -Friday on my mind- op een vergadering. Ik had net op tijd gezien dat er geen wc-papier meer hing op het toilet van het café. Voor de spiegels bij de wasbak lagen tissues (een mooier woord voor blaadjes keukenrol), dus die nam ik mee. Toen ik uit de wc kwam en er een man (die ik totaal niet kende) na mij kwam, zei ik hem dat het wc-papier op was. Hij bedankte mij vrolijk en nam ook tissues mee. Toen ik later die avond naar diezelfde wc wilde gaan en er net iemand uit kwam, verwachtte ik dat die man me zou zeggen dat het wc-papier op was, want dat doe je toch, nietwaar?

Maar nee, hij zei niets. Ik dacht dus dat er misschien weer papier hing, maar dat was niet zo. Die man was gewoon te beroerd geweest om mij te waarschuwen. Hoe zit dat? Is zo iemand bang dat ik hem daar verantwoordelijk voor houd, dat het papier op is? Is zo iemand verlegen, en wil hij überhaupt niet tegen vreemde mannen spreken? Dat zal het wel weer zijn, dacht ik somber, die eeuwige verlegenheid. Ik was ook een beetje tipsy en dan is het altijd moeilijker om je in verlegenheid in te leven, of er begrip voor te hebben. Ik denk wel dat verlegenheid meer kapot maakt dan je lief is. Dus toen ik later door de stad naar huis fietste en een mooie hond zag (ik dacht meteen aan Sorry), riep ik de bazin na: ‘U heeft een mooie hond!’ Het leek me belangrijk om noch onze waarschuwingen, noch onze complimenten puur uit verlegenheid voor ons te houden. ’t Is een kwestie van oordelen. Bij het stoplicht stond een meisje met een hele mooie broek, maar ze keek zo boos dat ik niets zei. Ik zag iemand met een mooi gezicht, ik zag geweldige fietsen, maar zelfs typsy hield ik nog vele complimenten voor me. Verlegenheid is een hardnekkige ziekte. Daar is bijna geen drank tegen opgewassen. Zelfs niet tegen oordelen.

Graag tot meer lees volgende week.

Groeten, Seven.

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *