Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: solidariteit in coronatijden

Uit de nieuwskeuken van Seven: solidariteit in coronatijden

Beste lezers,

De coronacrisis brengt een golf van solidariteit teweeg. Kleine verhalen van solidariteit verschijnen dagelijks in de media. We naaien mondmaskers, we applaudisseren voor zorgverleners en doen boodschappen voor onze oude buren. Op sociale media ontstaan platformen die burgers lokaal willen verbinden. Er zijn gratis onlinemeditaties voor zorgprofessionals. Er is een heuse berenjacht voor de kinderen. Via muziek, tekeningen en cake delen burgers hoopgevende, solidaire boodschappen. Mensen bellen, whatsappen, skypen en facetimen elkaar massaal. Geholpen door deze digitale tools zorgen ze voor fruitige peer-to-peer ondersteuning. Ook mijn muze en ik worden  geraakt door wat er om ons heen gebeurt. We gedragen ons verantwoordelijk en volgen de quarantainemaatregelen en hygiënevoorschriften strikt op. Door in ons kot te blijven, brengen we solidariteit concreet in de praktijk. Maar wij zijn niet alleen, ook ondernemingen doen mee, soms uit zelfbehoud, soms omdat ze maatschappelijke verantwoordelijkheid willen opnemen. Ze schakelen hun productie om en proberen logistieke tekorten weg te werken, maaltijden te bereiden voor zorgverleners of publieke internetconnecties te openen. Het leven is plots veranderd en als je niet over internet kunt beschikken, kun je bijna niet meer meedoen aan de samenleving vertelt mijn vriend Alexander Franken mij. Op sociale media lees ik gedachten, vragen mensen aan elkaar hoe ze deze thuisisolatie invullen. Het ‘blijf-in-kot’ is voor sommigen een echte geseling, maar er zijn vele mensen ons daarin voorgegaan (zij die zoveel langer en zoveel ellendiger opgesloten zijn geweest), dus laat ons vooral niet klagen. Want zeg nu zelf, wat is twee weken (akkoord, het zal waarschijnlijk langer worden) in een twee-onder-één- kapwoning met klein tuintje en genoeg eten te zitten? Niets, in vergelijking met 27 jaar Robbeneiland of jarenlang het Achterhuis. Wij lijken aan een nieuw leven begonnen, een ‘binnenleven’. Ik denk niet dat het woord al officieel bestond, we kenden alleen het buitenleven maar er is dus nu alle reden om dit woord aan onze woordenschat toe te voegen. Toen ik deze week wat nieuwe ochtendvruchtjes aan het schrijven was moest ik plots aan het woord “lakmoesproef” denken. Dat wordt het ongetwijfeld voor veel relaties in deze nieuwe situatie. Iedere relatie wordt op zichzelf teruggeworpen nu de wereld niet langer een toevluchtoord is. Hebben ze elkaar nog genoeg te zeggen of vervelen ze zich kapot in elkaars aanwezigheid? Er zullen ergernissen zin, uitvergroot en er zullen ook nieuwe kindjes gemaakt worden, maar er zal ook menig halfvergaan lijk uit de kast donderen. Het zal extreem zwaar worden voor al die koppels die het vroeger al moeilijk hadden aan het tafeltje in het restaurant, waar de noemer “verplicht nummer” nooit werd uitgesproken. En onze oudjes? Dat wordt een verhaal apart. Misschien moet ik vanaf 1 april (en niet bij wijze van grap noch sarcasme) mijn ochtendvruchtjes wel vervangen door ‘in quarantaine’. “Zou je wel genoeg stof hebben?” vraagt mijn muze bezorgd. We zien wel. En nu roept het park. Hou jullie gezond en graag tot meer lees volgende week.

Groeten,

Seven.

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *