Select Page

Uit de nieuwskeuken van Seven: passionele moord

Uit de nieuwskeuken van Seven: passionele moord

Beste lezers,

Het is november en de winterkermissen schieten als paddestoelen uit de grond in gemeenten en steden. Eerlijk toegegeven, een kermis is mijn ding niet. Ik kan me nog herinneren hoe ik ooit eens op de ‘foire’ in Luik was, waar mijn kermisbezoek van korte duur was. Ik besloot te gaan eten in een Italiaans restaurant. Het was een koude, natte zondag in oktober, begin jaren negentig. De ‘foire’, de grote Luikse kermis is eigenlijk één langgerekte aaneenschakeling van kraampjes, attracties en eetgelegenheden. Altijd druk, rommelig en boordevol herrie. Ik ging er vooral heen voor de sfeer, de zoetigheden en niet in de laatste plaats voor de grijpers. Menig Belgische frank is in mijn jeugd verdwenen in de krochten van die automaten in de hoop dat de metalen klauw deze ene keer wél dat oerlelijke pluchen beertje zou vastpakken en het voor mij in de lade zou werpen. Het grappige is dat ik eigenlijk niet hou van dit kermisvermaak. Ik loop maximum één uurtje over de ‘foire’, dan heb ik het alweer gezien.

Met de vette walm van frieten en oliebollen nog in mijn kleren, haastte ik me om zo snel mogelijk bij de Italiaan te zijn: de echte reden waarom ik naar Luik was gegaan. Het was een etablissement dat niet die oubollige inrichting heeft met de typische rood-wit geblokte tafelkleedjes en wijnkruiken aan het plafond. De klanten allemaal dol op de pasta’s, de ‘osso bucco’ en de ‘melanzane alla parmigiana.’ De eigenaar, een trotse, knappe en goed geklede Italiaan, is altijd in zijn zaak aanwezig. Hij begroette mij altijd uitbundig en allerhartelijkst. Zijn rijzige en donkere gestalte imponeerde. Hij stak in al zijn mannelijke elegantie schril af tegen zijn kleine, onopvallende en slordig geklede vrouw. Nu ik die twee samen zag, vroeg ik me af hoe ze ooit bij elkaar zijn gekomen. Haar vale gezichtskleur doet vermoeden dat ze zelden buiten komt en haar warrige piekhaar gaf prijs dat ze niet bijster geïnteresseerd was in uiterlijk vertoon. En dat met zo’n echtgenoot. Ze leken mij een nogal onwaarschijnlijke combinatie. Maar ja, les extrèmes se touchent, zal ik maar zeggen.

Die dag, die bewuste koude, natte zondag in oktober, begin jaren negentig viel het me meteen op dat de eigenaar niet aanwezig is. En zijn vrouw was ook al nergens te bespeuren. De enige bekenden die ik wel zag, waren de inmiddels volwassen dochters van het echtpaar. Als één van de beide dames aan tafel komt om de bestelling op te nemen, kan ik het niet laten om te vragen waar ”le patron” is. Hij is anders toch altijd in de zaak? De dochter kijkt mij vreemd aan, twijfelt even, maar vraagt dan: “U bent niet van hier, hè? Dus u weet het nog niet”. “Nee”, antwoord ik, “wat is er dan gebeurd?” De dochter kijkt mij recht in de ogen. “Mijn vader heeft mijn moeder vermoord. Hij zit in de gevangenis”. Om vervolgens gewoon verder te gaan met de tafel te dekken.

Later hoorde ik de gruwelijke details, die zo uit een”film noir” zouden kunnen komen. Blijkt dat de knappe Italiaan zijn lelijke echtgenote op heterdaad had betrapt toen ze “het” deed met – jawel, ik verzin dit niet – de al even lelijke kok van zijn restaurant. Nota bene in het echtelijk bed. Waarop de knappe Italiaan zich op zijn hielen omdraaide, zijn dubbelloops jachtgeweer haalde en ze allebei ter plekke doodschoot. En voilà, een nieuwe filmtitel is geboren: ”the cook, the murderer, his wife and her lover.” Ik suggereer niets, maar mij lijkt dit voer voor een mogelijke nieuwe Toni Coppers roman. Volgens de Belgische strafwet een echte ”crime passionnel” waarvoor strafvermindering geldt. De knappe Italiaan was na niet al te lange tijd weer een vrij man en is teruggekeerd naar zijn restaurant. Ik ben er nooit meer teruggegaan. Zo’n “tagliatelle al salmone” hapt toch anders weg als je je realiseert dat het wordt geserveerd door iemand die een dubbele moord op zijn geweten heeft.

Zijn gerechten waren altijd al ”to die for.” maar je kunt het ook overdrijven. De Italiaan blijft in mijn herinneringen verbonden met kermis. Wij Belgen hebben een kermiscultuur, maar ze is niet aan mij besteed. Geef mij maar een wandeling in één of andere binnenstad waar ik een “sandwich turkey” kan eten. Even voor alle duidelijkheid : (want het is niet wat sommigen denken), het is geen Turkse sandwich met reepjes Erdogan ertussen. Nu we van de kermis in de eetcultuur zijn terechtgekomen heb ik toch een vraagje. Wat gezegd, hardnekkige carnivoren, als de ober vraagt hoe je je biefstuk wil? Bleu, saignant, à point of bien cuit? Neen, volgens mij is het woord “bleu” totaal verkeerd gekozen, eigenlijk moet het toch “rouge” zijn, want als je de “bleu” biefstuk opensnijdt is de binnenkant bloedrood. Ach, vanavond eet ik gewoon een megaschnitzel “home made” en waan me ergens in Duitsland. Ik vergeet de kermis, denk niet meer aan de Italiaan en of het nu “bleu” of “rouge” moet zijn, want eigenlijk laat de ware liefde die mijn muze en ik delen zich eten op eenvoudige manier. En dat is het, zo hoort het.

Graag tot meer lees volgende week.

Groeten,

Seven.

 

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *