Select Page

Een week van gruwel

Een week van gruwel

Vandaag op de dag af 25 jaar geleden schreef ik in Rwanda, waar ik reeds vijf jaar ontwikkelingswerker was, een prentbriefkaart naar mijn moedertje thuis: “Hoe mooi is dit land.” Ik zou het de volgende dag meegeven met mijn vrouw Christel die voor een tiental dagen naar België zou gaan. ’s Avond zaten we in de avondstilte nog wat samen te genieten, toen in de verte knallen klonken. “Onweer” meende ik, “Explosies” dacht Christel. Nu ja, van een schot of een ontploffing keken we al niet meer op. Het land was sinds september 1990 in oorlog met rebellen die vanuit Oeganda waren binnengedrongen om het zittende regime ten val te brengen. Maar de strijdende partijen hadden uiteindelijk onder druk van de internationale gemeenschap een vredesakkoord aanvaard. We hoopten dat het heel snel vrede zou worden.

De volgende ochtend heel vroeg, nog voor het ochtendkrieken, weerklonk plots geweergeschut en zelfs de dreunende knallen van zwaar mortiergeschut. We werden gebeld door een vriendin die had vernomen dat het presidentiële vliegtuig met daarin president Habiyarimana en zijn Burundese ambtsgenoot uit de lucht was geschoten. De vijandelijkheden werden hervat en Kigali werd een strijdtoneel. Vanuit de Belgische ambassade kregen we het advies om onder geen enkel beding het huis te verlaten. Langzamerhand drongen berichten door van slachtpartijen. Een Rwandese collega wist me te vertellen dat Belgische blauwhelmen waren gedood. Het moorden drong ook door tot in de straat waar we verbleven. Soldaten van het Rwandese leger stopten bij het huis van de overburen. Ik kon door de haag zien wat er gebeurde: een vrouw werd geslagen, een man werd met de loop van een geweer in zijn mond  bedreigd. Dan klonken schoten en dropen de soldaten af. Er was geen beweging meer bij de overburen. Wat later werd een man die wellicht probeerde te vluchten naar de Franse ambassade iets verderop, neergeschoten. Zijn lichaam zou in de straat blijven liggen.

Ondertussen belden we met vrienden om zo veel mogelijk nieuws te sprokkelen en luisterden we naar de Wereldomroep. We leefden in angst, temeer omdat we hoorden dat nogal wat Rwandezen de Belgen de schuld gaven voor wat er zich afspeelden. Onze kindjes waren toen een en drie jaar oud. De jongste, Linde, zette haar eerste pasjes daar in dat huis waar wij verscholen zaten. De oudste, Merel, keek keer op keer naar de enige film die in het huis aanwezig was. Een documentaire over olifanten. Zondags hoorden we plots zwaar geronk. Het waren C-130 vliegtuigen hoog in de lucht. Ze draaiden rondjes om dan plots snel naar beneden te komen. Vanuit de ambassade werden we opgebeld met de boodschap ons klaar te houden voor een evacuatie. De opluchting was groot. Maar voor het zover was, waren we nog getuigen van een luguber schouwspel. Een vrachtwagen met lijken gevuld stopte aan de overkant van de straat. Een cipier liep met een aantal gevangenen de tuin van de overburen binnen. Ze verzamelden de lichamen en gooiden ze op de vrachtwagen: drie volwassenen en drie kindjes. Plots werd er geruzied. Blijkbaar had een van de gevangenen geld van een van de doden ontvreemd. Hij moest zich helemaal uitkleden en werd gefouilleerd.

Wat later stopten de blauwhelmen voor ons huis. We sprongen op de vrachtwagen die ons wegvoerde naar hotel Meridien. De volgende dag, voor de poorten van de hel zich helemaal sloten en een orgie van geweld losbrak in het hele land, reden we door naar de luchthaven. Aan de verschillende wegversperringen onderweg lagen lijken. Slechts enkele dagen later kwamen we aan in België. Wij hadden het overleefd, honderdduizenden andere mensen niet. De maanden daarop heb ik geprobeerd deze traumatische ervaring van mij af te schrijven. Maar dat lukt niet echt.

(Foto: onze dochter Linde tijdens de evacuatie door de Blauwhelmen.)

‘Standrechterlijke executie’

Ik draag een levensgroot litteken

in m’n ziel: een monument van haat.

Ik heb diep in mijn ogen gekeken

en schrok van wat er gegrift staat.

 

Het is een afdruk van een gezicht

van een onbekende man: de mond

vertrokken, in d’ ogen breekt ’t licht

en in ’t voorhoofd een kogelwond.

 

Wie is het? Ik zag hem heel even

en voel nog zijn angst, zijn beven,

voor hij en ook die anderen vielen:

 

Een man, zijn vrouw en drie zonen.

De soldaten, zij lichtten hun hielen

En lieten mij hun kwalijke demonen.

Genocide

(Voor Benoît Murakazandekwe)

Kijk wat we doen met inyenzi, kakkerlakken,

riep de belager toen ze zijn vrouw te pakken

hadden, haar keelden, haar buik opensneden,

het onvoldragen kind voor z’n voeten smeten.

 

Hij schreeuwde en brulde en trapte in ’t rond,

moest braken, viel dan uitgeput op de grond.

Radeloosheid en angst maakten hem gek…

Dan kreeg ie een verlossende slag in z’n nek.

About The Author

mm

Wilfried Defillet schrijft al jaren als freelance-journalist en was o.a. correspondent van GvA voor het district Deurne. Hij werkt mee aan buurtbladen zoals 't Vliegerke en Borgerblad

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het weer

Antwerp
10°
Partly Cloudy
06:2520:54 CEST
Feels like: 9°C
Wind: 9km/h SSE
Humidity: 85%
Pressure: 1008.2mbar
UV index: 0

(advertenties)